Bewegungsmangel und Psyche

Ik zorg voor mijn gezondheid

gepubliceerd op 26-03-2026 - bijgewerkt op 23-06-2026

Wie bewust met zijn gezondheid omgaat, maakt geen lichtzinnige keuzes.

Je vertrouwt niet zomaar op elke trend of belofte, maar zoekt naar inhoud, naar onderbouwde oplossingen en naar een aanpak die op de lange termijn werkt.

Voor BLACKROLL® betekent dat:

wetenschappelijke inzichten serieus nemen en nauw samenwerken met experts uit de sport, therapie en geneeskunde. Want echte regeneratie is geen hype, maar gebaseerd op kennis.

Daarom staan bij BLACKROLL® onderbouwde oplossingen en echte expertise centraal.

https://storage.googleapis.com/oneworld-prod/assets/science.jpg?v=1627982520
01

Ik vertrouw op onderbouwde oplossingen

01. Wanneer werd de fascia ontdekt: de geschiedenis van de fascia

Het eerste artikel dat in de medische databank PubMed werd gepubliceerd en waarin de term fascia voorkwam, dateert uit 1814. Toen werd al geschreven dat fasciae de spieren van elkaar scheiden en beweging ondersteunen (Mackesy 1814). Tot op de dag van vandaag is deze opvatting onveranderd gebleven, hoewel er talloze studies over de fasciae zijn bijgekomen. Door deze nieuwe inzichten is de kennis over fascia echter aanzienlijk uitgebreid en daardoor is ook de definitie van fascia meerdere malen gewijzigd. Dit geldt vooral voor de afgelopen veertig jaar. Door het toenemende onderzoek naar fascia zal ook de definitie van fascia blijven veranderen. (Adstrum en Nicholson 2019)

In een recente update van de fasciale terminologie luidt de definitie van fascia's enigszins ingekort en vrij vertaald: “Als fascia kan elk weefsel worden beschouwd dat kan reageren op mechanische prikkels. Het driedimensionale fasciacontinuüm komt voort uit een perfecte synergie tussen de verschillende weefsels met al hun vaste en vloeibare stoffen die door het hele lichaam lopen en dit opdelen, verbinden en voeden – van de oppervlakkige huidlaag tot diep in de botten. Daartoe behoren bijvoorbeeld spier- en zenuwvliezen, gewrichtskapsels, banden, pezen en bloed- en lymfevaten met de daarin circulerende vloeistoffen” (Bordoni en Myers 2020; Bordoni et al. 2019; Bordoni et al. 2018).

Het diepgaande onderzoek naar fascia is inmiddels al ruim dertig jaar aan de gang. Hier geven we je een overzicht van de belangrijkste wetenschappelijke inzichten en studies over fascia.

02. Anatomie van de fascia

De drie fasciale lagen

Fascia bestaat uit drie verschillende lagen: de onderhuidse, diepe en verbindende/viscerale laag (Gatt et al. 2020).

De subcutane fascialaag bevat veel elastische vezels, waardoor deze behoorlijk beweeglijk is. De diepe laag is door het grote aandeel collageenvezels echter duidelijk vast en staat onder een zekere continue spanning. Deze dient bijvoorbeeld om krachten die door de spieren worden opgewekt, door te geven aan aangrenzende gebieden. Binnen deze gebieden worden dan onder andere proprioceptoren gestimuleerd, die belangrijke informatie leveren voor het bewustzijn en de beweging van het lichaam (Klingler et al. 2014).

Fascielaag

Samentrekking van de fascia

Dat de fascia uitsluitend een passieve rol spelen bij de overbrenging van kracht, werd de afgelopen jaren door steeds meer studies duidelijk tegengesproken. Fascia bevatten elementen, de zogenaamde myofibroblasten, die zich kunnen samentrekken en meewerken aan de krachtontwikkeling en deze kunnen moduleren. Bovendien dragen ze daardoor bij aan een zekere mechanosensorische ‘finetuning’, waardoor informatie uit het lichaam verfijnder kan worden verwerkt. In tegenstelling tot spieren kunnen fascia zich echter autonoom samentrekken (zoals de hartspier). Dat betekent dat de samentrekking niet willekeurig gebeurt.

Omdat fascia99 zich kunnen samentrekken, kunnen ze zelf hun stijfheid reguleren en zo gedurende minuten tot uren actief bijdragen aan het stabiliseren van gewrichten en dynamische bewegingen. Als dit regulerende mechanisme verstoord raakt, neemt de myofasciale spanning toe of af en/of wordt de neuromusculaire coördinatie beïnvloed. Beide kunnen leiden tot diverse musculoskeletale aandoeningen en pijnsyndromen. Men vermoedt dat een verhoogde spanning die dagen tot maanden aanhoudt, zelfs ernstige gewrichtscontracturen kan veroorzaken (Schleip en Klingler 2019; Klingler et al. 2014).

03. Fasciamodellen

De kennis en verklaringen over hoe fasciae in het menselijk lichaam werken, zijn de afgelopen jaren eveneens veranderd. In de actuele fasciawetenschap worden drie modellen besproken: het biotensegrity-model, het fascintegrity-model en het model van de myofasciale ketens ((Bordoni et al. 2019; Bordoni et al. 2018).

Biotensegrity-model

Het biotensegrity-model is afgeleid van het tensegrity-model. Tensegrity is een mechanisch spannings-evenwicht binnen een constructie en vindt zijn oorsprong in de architectuur (afbeelding 1 en 2). Hieruit is het biotensegrity-model ontstaan, om het begrip van het mechanische spannings-evenwicht van een constructie toe te passen op het levende lichaam (afbeelding 3). Aan de hand van dit model wordt het constante aanpassingsvermogen van het lichaam met al zijn structuren, ongeacht zijn vormen en functies, uitgelegd. In dit mechanische model wordt echter geen rekening gehouden met de lichaamsvloeistoffen, die ook bijdragen aan de mechanische spanning en zo de vorm en functie van het lichaam bepalen.

Tensegrity-model

(1) Tensegrity-model: een structuur die wordt gestabiliseerd door het evenwicht tussen de constante spanning van de kabels en de daardoor voortdurende druk op de steunpalen. Afbeelding uit (Bordoni et al. 2018)

Tensegrity-model van de wervelkolom

(2) Tensegrity-model van de wervelkolom: de wervelkolom blijft onder meer stabiel door de spanning van de ligamenten en pezen. Afbeelding uit: (Bordoni et al. 2018)

Biotensegrity-model van het menselijk lichaam

(3) Biotensegrity-model van het fasciacontinuüm in het menselijk lichaam. Deze afbeelding toont een zittende man in perfect evenwicht. Het weerspiegelt het tensegrity-model. Afbeelding uit: (Bordoni et al. 2018):

Fascintegrity-model

Hieruit is het fascintegrity-model ontwikkeld. Naast de vaste onderdelen van weefsels die aan bod komen in het biotensegrity-model, houdt dit model ook rekening met de lichaamsvloeistoffen. Daartoe behoren bloed en lymfevocht, maar ook vloeistoffen in en om cellen. Dit weerspiegelt beter de huidige kennis over het fasciacontinuüm. Toch ontbreken in dit model nog het emotionele niveau en pijn, die het lichaam en het fasciasysteem eveneens kunnen beïnvloeden. Daarom zal het fascia-onderzoek in de toekomst ongetwijfeld nog andere verklarende modellen opleveren.

Myofasciale ketens

Myofasciale ketens zijn banen van spieren en fasciae die door het hele lichaam lopen en de spanning van het ene lichaamsdeel kunnen overbrengen naar een nabijgelegen of verder gelegen deel.

Hoewel uit onderzoek blijkt dat spieren met elkaar in verbinding staan en kracht op elkaar kunnen overbrengen, is het bestaan van de vaak beschreven myofasciale ketens slechts gedeeltelijk wetenschappelijk aangetoond. Vooral het belang van hun werking is nog niet helemaal duidelijk. Er zijn echter aanwijzingen dat stoornissen in de myofasciale verbindingen kunnen bijdragen aan de ontwikkeling van musculoskeletale aandoeningen en dat de behandeling daarvan dit kan voorkomen (Ajimsha et al. 2020; Wilke en Krause 2019; Krause et al. 2016; Wilke et al. 2016).

Al deze beschreven modellen stellen het menselijk lichaam voor als een fasciaal continuüm. Ze worden gebruikt om dit te verklaren. Tot op heden kunnen ze echter alleen als theoretische modellen worden beschouwd, aangezien wetenschappelijk bewijs bij levende mensen in veel opzichten ontbreekt. Er is nog meer onderzoek naar de fasciae nodig om de complexiteit van het fasciasysteem en de werking ervan volledig te begrijpen (Bordoni et al. 2019).

04. Fascia en (rug)pijn

De fascia kunnen verantwoordelijk zijn voor pijn. Dit werd bijvoorbeeld aangetoond bij de grote fascia in de rug (fascia thoracolumbalis). Deze bevat veel nociceptieve vrije zenuwuiteinden die door zeer kleine blessures of een ontsteking geïrriteerd kunnen raken, waardoor in de hersenen een pijnsignaal wordt afgegeven (Wilke et al. 2017). Dit inzicht kan worden toegepast bij pijn als gevolg van stijve spieren of een spiervezel scheur. Bij spierpijn ontstaan er kleine scheurtjes in de spierfascia (Gibson et al. 2009) en een spiervezel scheur is in feite een myofasciale of tendomyogene blessure (Wilke et al. 2019).

De hierboven genoemde zenuwuiteinden kunnen echter ook geïrriteerd raken door een pathologisch veranderde fascia. Deze is vaak verdikt en stijver en stroever. De oorzaak is fibrose en verkleving binnen de fasciale lagen, wat het gevolg kan zijn van een langdurig verstoorde lichaamshouding en een fysiologisch onjuist bewegingspatroon (Langevin et al. 2009; Klingler et al. 2014; Pavan et al. 2014).

Dit werd pas onlangs aangetoond bij vrijwilligers met niet-specifieke rugpijn (Almeida et al. 2020). De bij hen veranderde grote rugfascia leidde ook tot een verminderde beweeglijkheid van de wervelkolom, zoals te zien is bij veel mensen met rugklachten. Vooral het buigen en roteren werden hierdoor beïnvloed.

Wat kan helpen?

Fasciatraining, zoals inmiddels uit meerdere studies blijkt. De meeste publicaties zijn studies naar het gebruik van de foamroller, met het volgende resultaat: foam rolling verandert de manier waarop vloeistoffen in de fascia stromen, verbetert de doorbloeding en de vochtopname van de fascia. Dit verandert de stijfheid en soepelheid van de fascia. Bovendien leidt training met de foamroller tot minder pijn en meer beweeglijkheid. Hoewel de redenen hiervoor nog niet helemaal duidelijk zijn, is het waarschijnlijk dat foam rolling de mechanoreceptoren in de huid en fascia activeert, die op hun beurt het pijnsignaal afzwakken en waardoor de werking van het sympathische en parasympathische zenuwstelsel (het autonome zenuwstelsel) wordt gereguleerd en via een reflexreactie de myofasciale spanning wordt aangepast. De veelgehoorde veronderstelling dat foam rolling vooral verklevingen in de fascia losmaakt, is tot nu toe echter nog niet bewezen (Guzmán-Pavón et al. 2020; Rodríguez-Fuentes et al. 2020; Behm en Wilke 2019; Wilke et al. 2018).

05. Conclusie fascia-onderzoek

Hoewel er de afgelopen jaren dankzij fascia-onderzoek veel kennis is opgedaan over de fascia, is er nog minstens evenveel of meer onbekend. De huidige inzichten sluiten echter steeds meer op elkaar aan en zo neemt de kennis over fasciae en de werking van fasciatraining toe. Een blik in de kristallen bol zou interessant zijn! Het wetenschappelijk onderzoek naar de fascia wordt ongetwijfeld voortgezet.

Wil je meer weten over de fascia? Hier vind je nog meer interessante onderwerpen

https://storage.googleapis.com/oneworld-prod/assets/Pain-Expert_2021-08-09-084647_xskr_2021-08-09-084735_lqpk.jpg?v=1628498856
02

Ik kies voor echte expertise

Of het nu gaat om het ontwikkelen van producten of het overbrengen van kennis aan onze klanten – bij BLACKROLL® werken we samen met experts uit de wereld van sport en gezondheid. Waarom doen we dit? Omdat betrouwbare, goed onderbouwde informatie belangrijk voor ons is. En producten die echte toegevoegde waarde bieden.

Pas als onze wetenschappers, artsen, therapeuten en professionele atleten overtuigd zijn, zijn wij overtuigd.

Pien Bosschieter

Dr. Lutz Graumann

Dr. rer. nat. Torsten Pfitzer

Dr. Fabian Krapf

Andrea Meyer

Valentin Goetz

Claudio Trento

Tina Hohloch

Markus Bauer

Kathrin Messer

Dr. Robert Schleip

Stefan Schneider BLACKROLL

Meer te weten komen

In onze kennisrubriek vind je tal van boeiende onderwerpen over sport en gezondheid. Ontdek ze nu.

Artikelen in onze kennisbank

Meer informatie over BLACKROLL