Schlafwandeln header
SlaapPsyche11 min lees tijd

Slaapwandelen: oorzaken, symptomen en behandelingsmogelijkheden

gepubliceerd door Dr. med. Simon Senner in Slaap op 11-06-2024 - bijgewerkt op 23-06-2026
Simon Senner 2
Dr. med. Simon Senner

Wie slaapwandelt, kan omstanders flink laten schrikken. Want hoewel de betrokkenen niet aanspreekbaar zijn, lopen ze vaak in een halfwakkere toestand rond met open ogen en een starre gezichtsuitdrukking – en dat vaak minutenlang. Over het algemeen is slaapwandelen weliswaar onschadelijk, maar het wordt gevaarlijk wanneer de nachtelijke activiteit de betrokkenen in gevaar kan brengen. In ons artikel leggen we uit waarom sommige mensen slaapwandelen, wie er vooral last van heeft en hoe de triggers kunnen worden verminderd.

Slaapwandelen wordt in de geneeskunde ook wel somnambulisme genoemd. Het Latijnse woord „somnus“ betekent slaap, „ambulare“ wordt vertaald met „wandelen“. Somnambulisme verwijst dus naar een slaapgedrag waarbij iemand tijdens de slaap opstaat en rondloopt zonder zich daarvan bewust te zijn. Deze episode kan enkele seconden duren, maar ook minuten aanhouden – en in zeldzame gevallen zelfs een uur of langer.

Slaapwandelen

Na het slaapwandelen treedt een soort geheugenverlies op

Bij somnambulisme worden slechts heel specifieke delen van de hersenen geactiveerd. Slaapwandelaars worden weliswaar niet volledig wakker, maar de motorische functies werken wel en maken deels complexe handelingen mogelijk, variërend van opstaan en zitten tot lopen, praten of zelfs koken. De hersenen activeren dus de motoriek, maar het bewustzijn blijft uitgeschakeld. Dit leidt tot een soort amnesie, oftewel geheugenverlies, waardoor slaapwandelaars zich de volgende ochtend niets meer kunnen herinneren van de gebeurtenissen van de nacht.

Hoewel de ogen tijdens het slaapwandelen open kunnen zijn, zijn slaapwandelaars vaak niet aanspreekbaar. Als je een slaapwandelaar aanspreekt, krijg je ofwel geen antwoord, ofwel alleen onverstaanbare, onduidelijke woorden te horen. Kenmerkend voor een slaapwandelaar is ook de uitdrukkingsloze gezichtsuitdrukking en een starre blik terwijl hij ronddwaalt.

Diepe slaapfase luidt slaapwandelen in

Meestal treedt het fenomeen van slaapwandelen op tijdens de diepe slaapfasen . De eerste begint ongeveer één tot anderhalf uur na het in slaap vallen, bij de overgang van de non-REM-fase naar de droomslaapfase, die de REM-fase wordt genoemd omdat de ogen tijdens deze fase wild bewegen (REM = Rapid Eye Movement).

Slaapwandelen of de zogenaamde nachtangst (pavor nocturnus), die eveneens tot de parasomnieën behoort (gedragingen die tijdens of vanuit de slaap plaatsvinden), komt vaak voor in de kindertijd en kan in sommige gevallen tot in de volwassenheid voortduren.

Slaapwandelen: 7 oorzaken en triggers, evenals risicofactoren

Vroeger werd algemeen aangenomen dat de aantrekkingskracht van de volle maan of een andere lichtbron verantwoordelijk was voor slaapwandelen. Het fenomeen werd daarom zelfs ‘maansucht’ genoemd. Deze mythe is inmiddels wetenschappelijk weerlegd. Hoewel de triggers voor slaapwandelen tot op heden nog niet volledig zijn opgehelderd, is bekend dat bepaalde factoren hiermee verband houden.

Meestal is al een eenvoudige prikkel voldoende om de nachtelijke activiteiten op gang te brengen, waarbij de betrokkene echter niet volledig wakker wordt. Een volle blaas of harde geluiden die het bewustzijn van de betrokkene bereiken, zijn hiervoor al voldoende. Wetenschappers noemen slaapwandelen daarom ook wel een opwaakstoornis.

De volgende factoren kunnen het risico op slaapwandelen verhogen:

Slaapwandelen heeft hoogstwaarschijnlijk een genetische component. Volgens de Duitse Vereniging voor Slaaponderzoek en Slaapgeneeskunde (DGSM) heeft 80 procent van alle slaapwandelaars nog een familielid dat ook slaapwandelt.

Genetische aanleg

Slaapwandelen komt vaker voor bij kinderen en kan verband houden met de ontwikkeling van het zenuwstelsel en de hersenen. In zeer veel gevallen verdwijnt het slaapwandelen uiterlijk tijdens de puberteit, maar het kan ook op volwassen leeftijd aanhouden.

Ontwikkeling en leeftijd

Mensen die last hebben van slaapstoornissen en slaaptekort lopen een verhoogd risico op slaapwandelen. Onregelmatige slaaptijden, slaaptekort of slaapstoornissen zoals slaapapneu kunnen het optreden van slaapwandelen bovendien bevorderen.

Slaaptekort en onregelmatige slaappatronen

Stress, angst, opwindende of belastende gebeurtenissen en psychische aandoeningen kunnen het risico op slaapwandelen vergroten.

Fysieke en psychische stress

Aangezien slaapwandelen plaatsvindt tijdens de diepe slaapfase, kunnen factoren die de slaap verdiepen – zoals het gebruik van alcohol, drugs, slaapmiddelen of antidepressiva – het risico op slaapwandelen eveneens verhogen.

Gebruik van bepaalde medicijnen en middelen

Slaapwandelen kan gepaard gaan met andere slaapstoornissen, zoals nachtmerries of rusteloze benen (restless legs-syndroom). Deze stoornissen kunnen het risico op slaapwandelen vergroten of ermee gepaard gaan.

Andere slaapstoornissen

Bij kinderen kan slaapwandelen vaker voorkomen tijdens periodes van lichamelijke ziekte of koorts. Het precieze verband tussen lichamelijke ziekte en slaapwandelen is echter nog niet volledig opgehelderd.

Koorts en ziekte

Symptomen en tekenen

Terwijl andere mensen diep en vast slapen, begint voor slaapwandelaars de actieve periode. We hebben enkele van de meest voorkomende symptomen en tekenen op een rijtje gezet:

  • Opstaan en rondlopen: slaapwandelaars staan tijdens hun slaap op en kunnen rondlopen of zich door de kamer bewegen. Ze kunnen daarbij langzame en voorzichtige stappen zetten of zelfs sneller lopen.
  • Gesprekken of onverstaanbaar gebrabbel: Slaapwandelaars kunnen tijdens hun slaap praten, mompelen of onverstaanbare geluiden maken, zonder daarbij echt wakker te zijn.
  • Verwarring en desoriëntatie: slaapwandelaars kunnen tijdens de slaap gedesoriënteerd overkomen en zich niets herinneren wanneer ze wakker worden. Ze kunnen verwarring of desoriëntatie vertonen wanneer ze worden aangesproken.
  • Geheugenverlies: De meeste slaapwandelaars herinneren zich na het ontwaken niets meer van hun nachtelijke activiteiten of van het slaapwandelen zelf (amnesie).
  • Ongecoördineerde bewegingen: Ook ongecoördineerde bewegingen zijn kenmerkend voor slaapwandelaars. Ze lijken zich niet volledig bewust te zijn van wat er om hen heen gebeurt.
  • Veiligheidsrisico’s: Slaapwandelaars kunnen onbedoeld gevaarlijke handelingen verrichten – bijvoorbeeld ramen en deuren openen, het huis verlaten of met gevaarlijke voorwerpen omgaan. Er zijn zelfs gevallen bekend waarin slaapwandelaars auto hebben gereden.
  • Beperkte reactie op prikkels van buitenaf: Slaapwandelaars reageren vaak niet of slechts in beperkte mate op prikkels van buitenaf, zoals aanspreken of aanraken.

Frequentie en getroffen leeftijdsgroepen

Volgens de DGSM heeft slechts één procent van de volwassenen in Duitsland last van slaapwandelen. Het komt veel vaker voor bij kinderen en jongeren. 15 tot 30 procent van alle kinderen zou volgens deze gegevens wel eens minstens één episode van slaapwandelen hebben meegemaakt, bij drie tot vier procent komt het vaak voor. Na het tiende levensjaar neemt de frequentie echter aanzienlijk af en komt slaapwandelen meestal helemaal niet meer voor.

Leeftijdsgroepen

Eerste keer op volwassen leeftijd zeer zeldzaam

Wie tot dan toe nog niet heeft geslaapwandeld, zal dit naar alle waarschijnlijkheid ook niet meer doen: een eerste keer dat het optreedt in de jeugd of op volwassen leeftijd wordt namelijk als uiterst ongebruikelijk beschouwd en wordt meestal in verband gebracht met koorts, buitengewone fysieke of psychische belasting, slaaptekort of het gebruik van bepaalde medicijnen (zoals psychofarmaca).

Diagnostische procedures

Vooral de anamnese speelt een grote rol bij de diagnose van slaapwandelen. Daarbij gaat het er voor de arts om de typische symptomen te herkennen. Een grondig gesprek, waarin hij informatie verzamelt over de symptomen en vraagt naar de frequentie, de ernst, het eventuele gebruik van medicijnen, stressfactoren, de aanwezigheid van slaapstoornissen of de medische voorgeschiedenis van de slaapwandelaar, kan de huisarts/kinderarts, een gespecialiseerde slaaparts of neuroloog goede eerste aanwijzingen geven om een passende diagnose te stellen.

Ouders of andere naasten kunnen bovendien voor de betrokken kinderen een slaapdagboek bijhouden om details over het slaapgedrag – zoals inslaap- en ontwaaktijden, de frequentie van het slaapwandelen en bijkomende symptomen – vast te leggen.

Tijdens een overnachting in het slaaplaboratoriumkan een polysomnografie meer inzicht geven in het slaapgedrag. Hierbij worden verschillende fysiologische parameters gemeten, zoals hersenactiviteit (EEG), oogbewegingen (EOG), spieractiviteit (EMG), ademhalingsfrequentie en hartslag tijdens de slaap. Hoewel slaapwandelen tijdens een polysomnografie mogelijk niet altijd wordt geregistreerd, kan dit onderzoek helpen om andere slaapstoornissen uit te sluiten en de algehele slaap te beoordelen.

Diagnostische procedures

Behandelingsmogelijkheden, preventie en tips voor het omgaan met slaapwandelen

Of en hoe slaapwandelen wordt behandeld, hangt af van de ernst, de oorzaken en de individuele behoeften van de betrokkene. In de regel hoeft slaapwandelen op zich niet te worden behandeld en is het ook niet gevaarlijk. Toch is het van groot belang om een veilige omgeving te creëren, zodat de slaapwandelaar zich tijdens zijn nachtelijke activiteiten niet in gevaar kan brengen.
Om het risico op letsel te minimaliseren, moeten potentiële gevarenbronnen (zoals messen, scharen en andere scherpe voorwerpen) uit de directe omgeving worden verwijderd, moeten trappen beveiligd worden en moeten er mechanismen worden geïnstalleerd die voorkomen dat ramen onbewust worden geopend. Ook mogen er in de slaapkamer geen meubels of voorwerpen staan die letsel kunnen veroorzaken, en mogen er geen struikelgevaren op de vloer liggen. Met deze maatregelen kunnen naasten iemand die in zijn slaap rondloopt optimaal ondersteunen.

veilige omgeving

Speciale slaaphygiënemaatregelen kunnen als preventieve maatregel helpen om slaapwandelen minder vaak te laten voorkomen. Hiertoe behoort het aanhouden van een regelmatig slaapschema, het vermijden van slaaptekort en het vermijden van stress en angstgevoelens, evenals alcohol en cafeïnehoudende dranken vóór het slapengaan.

Ontspanningstechnieken zoals ademhalingsoefeningen, meditatie of yoga kunnen helpen om stress te verminderen en slaapwandelen te beperken.

Yoga

Als slaapwandelen gepaard gaat met andere slaapstoornissen, psychische aandoeningen of medische problemen, kan de behandeling van de onderliggende aandoeningen helpen om het slaapwandelen te verminderen.

Stress- en conflictsituaties, die het slaapwandelen kunnen uitlokken, kunnen bovendien worden verminderd door middel van cognitieve gedragstherapie .

In uitzonderlijke gevallen kunnen ook medicijnen zoals benzodiazepinen of antidepressiva worden voorgeschreven . Het gebruik hiervan mag echter uitsluitend onder medisch toezicht plaatsvinden en pakt niet de oorzaken aan, maar behandelt slechts de symptomen. Ze worden echter doorgaans alleen in ernstige gevallen ingezet. Laat je uitgebreid door een arts adviseren om te bepalen welke maatregelen het meest geschikt zijn voor jou, je kinderen of andere familieleden.

Tip: Wie ’s nachts te maken krijgt met een slaapwandelaar, moet de betrokkene niet abrupt wakker maken (behalve in noodgevallen), maar hem of haar rustig aanspreken en met geruststellende woorden terug naar bed begeleiden.

Slaapwandelen: wanneer moet je naar de dokter gaan

In principe is slaapwandelen niet schadelijk voor de gezondheid en hoeft het op zich niet te worden behandeld. Als jongeren echter pas na hun 16e jaar beginnen met slaapwandelen, moeten de oorzaken medisch worden onderzocht om neurologische aandoeningen of psychische oorzaken te diagnosticeren of uit te sluiten. Dit geldt ook voor volwassenen vanaf 60 jaar, bij wie het voor het eerst optreden van slaapwandelen in deze levensfase als uiterst ongebruikelijk wordt beschouwd en daarom medisch moet worden onderzocht.

Slaapwandelen op oudere leeftijd

Vermoeidheid en concentratieproblemen als gevolg van slaapwandelen

Aangezien slaapwandelaars een lichtere diepe slaap hebben dan mensen die er geen last van hebben en daardoor ook een onrustige slaap, kan frequent slaapwandelen een negatieve invloed hebben op het dagelijks leven en gepaard gaan met vermoeidheid en concentratieproblemen. In deze gevallen moeten de betrokkenen of hun ouders medisch advies inwinnen om verdere maatregelen te overwegen die de betrokkenen een betere slaapkwaliteit bieden. Wie de kwaliteit van zijn slaap wil verbeteren, kan overigens ook gebruikmaken van een matrasbeschermer om voor een aangenamer ligoppervlak te zorgen.

Overigens: hoewel zowel slaapwandelen als nachtmerries tijdens de slaap voorkomen en tot slaapstoornissen kunnen leiden, zijn hun kenmerken en oorzaken heel verschillend. Voor een nauwkeurige diagnose en een passende behandeling is het noodzakelijk dat een medisch deskundige onderscheid maakt tussen beide aandoeningen.

Conclusie

  • Slaapwandelen is een slaapstoornis die vaak in de kindertijd voorkomt en met de puberteit afneemt. Het is vrij ongebruikelijk dat de symptomen voor het eerst op volwassen leeftijd optreden en dit moet medisch worden onderzocht.
  • Slaapwandelaars staan op uit bed en verrichten activiteiten zoals lopen, zitten of koken, maar kunnen ook het huis of de woning verlaten en in extreme gevallen zelfs autorijden.
  • De oorzaken van slaapwandelen zijn nog niet definitief opgehelderd. Wetenschappers vermoeden echter dat genetische factoren, het voorkomen van andere slaapstoornissen, stress of emotioneel belastende gebeurtenissen de oorzaak kunnen zijn.
  • Een arts stelt een nauwkeurige diagnose op basis van een uitgebreid gesprek met de betrokkene of zijn of haar naasten. Ook een nacht in een slaaplaboratorium kan meer duidelijkheid verschaffen en de vermoedelijke diagnose bevestigen.
  • Een behandeling van slaapwandelen is doorgaans niet nodig. Getroffenen moeten echter hun slaaphygiëne optimaliseren om belastende gebeurtenissen te verminderen, ontspanningstechnieken aanleren en ervoor zorgen dat hun slaapomgeving veilig is. In uitzonderlijke gevallen kunnen medicijnen worden ingezet, waarmee getroffenen echter niet de oorzaken van de slaapstoornis kunnen verhelpen, maar alleen de symptomen onder controle kunnen krijgen.

Ook interessant