
Fasciale voeding: goed eten voor de fascia

Verkleefde fascia tegengaan met voeding.
Je weet ongetwijfeld al dat je je bindweefsel een goed dienst kunt bewijzen met de verschillende BLACKROLL®-tools. Door middel van myofasciale zelfmassage kun je je bindweefsel versterken, verklevingen in de fascia losmaken, verharde en pijnlijke structuren ontspannen, de beweeglijkheid verbeteren en de spanning verminderen – om maar een paar geweldige effecten te noemen.
Fasciaverzorging kun je echter niet alleen van buitenaf, maar ook van binnenuit toepassen: met de juiste voeding voor de fascia. Goed eten voor de fascia betekent ook dat je verklevingen van de fascia via voeding kunt voorkomen.
Aandoeningen van het bewegingsapparaat komen vaker voor dan alle andere chronische aandoeningen. Ze veroorzaken soms aanzienlijke pijn en verminderen daarmee onze levenskwaliteit sterk.
Een gevolg van ontstekingsreacties in het lichaam is dat er celtoxische en celafbrekende stoffen vrijkomen, die leiden tot weefselvernietiging in de fascia. Gelukkig kan de voeding die we tot ons nemen ontstekingen in ons lichaam verminderen en de functionaliteit van het skelet, de spieren en het alomtegenwoordige fasciale weefsel aanzienlijk verbeteren.
Elementaire bouwstenen van de voeding, waar niet alleen het bindweefsel blij mee is :
- Vloeistof
- Macronutriënten
- Koolhydraten (suiker)
- Eiwitten
- Lipiden (vetten)
- Micronutriënten
- Vitaminen
- Macronutriënten
- Sporenelementen
- Bioactieve stoffen
- Secundaire plantstoffen
- Voedingsvezels
- Gefermenteerde voedingsmiddelen
Maar maak je geen zorgen: voor een goede voeding van het bindweefsel is het niet essentieel dat je bij elke maaltijd van de dag alle essentiële voedingsstoffen binnenkrijgt, en dan ook nog eens in de juiste verhouding. Het belangrijkste is in de eerste plaats dat je met plezier eet en dat je de voedingsmiddelen die je binnenkrijgt goed verdraagt. Al het andere vereist hooguit een beetje aanpassing en de bereidheid om je op de lange termijn evenwichtig en voornamelijk plantaardig te voeden. Dan staat er in de regel niets meer in de weg voor een gezond, vitaal lichaam en goed functionerende, veerkrachtige fascia en organen.

Vloeistof
Vloeistof – een belangrijk onderdeel van je fascia-voeding
Alles staat of valt dus met een evenwichtige vochtbalans. Een volwassene zou ongeveer 1,5 liter vocht moeten innemen in de vorm van water en ongezoete kruiden- of vruchtenthee.
Wie in deze fase meteen iets wil doen voor zijn micronutriëntenvoorziening: mineraalwater met een hoog gehalte aan calcium (>150 mg/l), magnesium (>50 mg/l), kalium (>25 mg/l) en natrium (>200 mg/l) kan bijdragen aan een evenwichtige voorziening van onmisbare voedingsstoffen. Let op: mensen met hoge bloeddruk kunnen beter kiezen voor natriumarm mineraalwater (<20 mg/l).
Het totale watergehalte in het lichaam van een volwassene bedraagt ongeveer 60%. In de loop van ons leven verliezen we lichaamsvocht, dat onder andere ons bewegingsapparaat en ons bindweefsel, de fascia, soepel en flexibel houdt.
Het watergehalte in het spier- en fasciweefsel bedraagt zelfs ongeveer 75%. Op oudere leeftijd daalt het totale watergehalte in het lichaam tot ongeveer 50%. Bovendien verdeelt ons lichaam het lichaamswater op een manier die in ons nadeel werkt. In de huid (rimpels zijn het gevolg), in het centrale zenuwstelsel (bescherming van de hersenen en het ruggenmerg) en in het onderhuidse vetweefsel neemt de hoeveelheid water af, terwijl er juist meer water wordt opgeslagen in spieren en vet.
Wat heeft dit nu met onze fascia te maken?
Fascia hebben onder andere tot taak weefsels van voedingsstoffen te voorzien. Dit gebeurt via vloeistoftransport. Alleen als er voldoende vocht aanwezig is, kunnen voedingsstoffen en zuurstof optimaal naar het doelweefsel worden getransporteerd.
Ook het afvoeren van afbraakproducten uit het weefsel kan alleen optimaal functioneren als er voldoende vocht aanwezig is. Bij een ophoping van stofwisselingsproducten bij vochttekort neemt het risico op micro-ontstekingen en daarmee verklevingen in het bindweefsel toe. Er kunnen diffuse pijnen en pijnpunten (hotspots) ontstaan die onze beweeglijkheid en ons welzijn beïnvloeden.
Over het algemeen neemt de hoeveelheid afvalstoffen in het weefsel toe na het sporten. Een fasciamassage met de fasciarol, de zogenaamde Self Myofascial Treatment (SMT), na een training ondersteunt het lichaam bij de afvoer – bij voorkeur met voldoende vocht in het weefsel. Tijdens het sporten wordt vocht in de vorm van zweet uitgescheiden en daarna bovendien door de myofasciale zelfbehandelingsoefeningen uit het weefsel geperst.
Beide factoren zorgen ervoor dat het ‘verloren’ vocht weer moet worden aangevuld; anders bestaat het risico dat de fasciale glijlagen aan elkaar gaan kleven (zogenaamde crosslinks). De collageenvezels, waaruit onze fascia grotendeels bestaan, kunnen elastisch en soepel blijven dankzij voldoende vocht in het bindweefsel.
Doe de test zelf eens:
Pak de huid op de rug van je hand vast met twee vingers van je andere hand en til de huid op. Laat de ontstane huidplooi weer los. Als deze binnen twee tot drie seconden verdwijnt, heb je voldoende vocht binnengekregen. Blijft de plooi langer zichtbaar, dan is dat een teken dat je meer moet drinken.

Macronutriënten
Macronutriënten voor de voeding van je bindweefsel
Om energie te winnen heeft ons lichaam energiebronnen nodig – de macronutriënten. Deze omvatten koolhydraten (suiker), eiwitten en lipiden (vetten).
Koolhydraten
Ze leveren ons lichaam belangrijke bouwstenen die in ons fascieweefsel nodig zijn om water te binden en de soepelheid van de fascielaagjes te waarborgen. Samen met eiwitten gaan koolhydraten de afbraak van collageen en ontstekingsreacties in de fascia tegen.
Ze worden onderverdeeld in:
- enkelvoudige suikers (bestaande uit één molecuul),
- tweesuikers (bestaande uit twee moleculen),
- meervoudige suikers (bestaande uit drie tot tien moleculen),
- en veelvoudige suikers (bestaande uit meer dan 10 moleculen).
Het grootste deel van de suikers die we via onze voeding binnenkrijgen, is normaal gesproken zetmeel, een meervoudige suiker. Dit zit in aardappelen, peulvruchten (bijv. bonen, erwten, linzen, kikkererwten) en granen (bijv. tarwe, gerst, haver, spelt, rogge).
Hoe hoger het aantal suikermoleculen, hoe langer de afbraak in ons spijsverteringskanaal duurt, hoe langzamer onze bloedsuikerspiegel dus stijgt, en hoe langer deze spiegel ook constant blijft en we daardoor een verzadigd gevoel behouden. Een duidelijk contrast hiermee vormen geïsoleerde enkelvoudige suikers, die we aantreffen in gezoete frisdranken, zoals limonade. Na consumptie stijgt de bloedsuikerspiegel snel (insulinepiek) en daalt vervolgens even snel weer. Dit belast ons lichaam onnodig.
De nadruk in onze voeding moet dus liggen op zetmeelrijke voedingsmiddelen. Andere voorbeelden hiervan zijn: brood, pasta en bananen. Het aandeel koolhydraten in de totale hoeveelheid energie die we per dag binnenkrijgen, moet minimaal 25% bedragen, bij voorkeur >50%. Koolhydraten dienen ook voor energieopslag. Hiermee vult het lichaam zijn energiereserves aan, die ons vervolgens bij lichamelijke inspanning als energie ter beschikking staan.
Eiwitten
Eiwitten hebben in het lichaam zeer uiteenlopende functies. Naast hun rol als energiebron – naast suiker en vetten – dienen eiwitten als bouwstof voor het eigen lichaamsweefsel. Aan deze eigenschap dankt eiwit waarschijnlijk de hype onder sommige sporters, die eiwit in welke vorm dan ook innemen om de spieropbouw te stimuleren.
Ongeveer een derde van onze lichaamseiwitten bestaat uit collageen, waaruit ons bindweefsel is opgebouwd. Voor eiwitten ligt de aanbevolen inname van de Duitse Vereniging voor Voeding voor een gezonde volwassene op 0,8 g/kg lichaamsgewicht. Via een evenwichtige, zoveel mogelijk plantaardige voeding kan de dagelijkse behoefte aan eiwitten volledig via de voeding worden gedekt.
Goede plantaardige eiwitbronnen zijn peulvruchten, granen, glutenvrije pseudogranen (boekweit, quinoa, amarant), noten, zaden, spruiten, groenten en edelgist. Door voedingsgroepen slim te combineren, neemt de opname van de in het voedsel beschikbare eiwitten toe; zo is de combinatie van volkorenproducten en peulvruchten bijvoorbeeld een goede keuze. Een eenvoudig voorbeeld hiervan is volkorenbrood met hummus. Het aandeel van eiwitten in de totale dagelijkse calorie-inname moet ongeveer 10% bedragen.
Vetten
Ze worden ingedeeld op basis van hun ketenlengte en verzadigingsgraad. De verzadigingsgraad beschrijft hun chemische structuur. Je hebt vast al gehoord van (on)verzadigde vetzuren of vetzuren met een lange en korte keten. Kortom: richt je vooral op de onverzadigde vetzuren. Verzadigde vetzuren zouden daarentegen een aanzienlijk kleiner deel van je vetinname moeten uitmaken.
En: hoe vloeibaarder een vet is, hoe beter het is voor je lichaam. Vermijd waar mogelijk vet dat gehard is (bijvoorbeeld in de vorm van boter). Vetten in de voeding hebben onder andere de belangrijke taak om de in vet oplosbare vitamines (A, D, E, K) voor het lichaam beschikbaar te maken. Een overaanbod in onze voeding kan echter al snel leiden tot de opslag van overtollige energie. Vetten zijn de meest energierijke van de macronutriënten en met hun energiewaarde van 9,3 kcal/g meer dan twee keer zo energierijk als koolhydraten of eiwitten. Het totale aandeel van vetten in de dagelijks opgenomen voedingsenergie mag maximaal ongeveer 30% bedragen.
Vetzuren zijn in het algemeen verantwoordelijk voor het verloop van ontstekingsprocessen in ons hele lichaam, en in het bijzonder in het fasciaweefsel. We maken hierbij onder andere onderscheid tussen enerzijds vetzuren die ontstekingsremmend werken (omega-3-vetzuren) en anderzijds vetzuren die ontstekingsbevorderend werken (omega-6-vetzuren).
De inname van voldoende omega-3-vetzuren is daarom zinvol wanneer men streeft naar een anti-inflammatoire, dus ontstekingsremmende, voeding, die over het algemeen een positief effect heeft op ons bindweefsel en door middel van ontstekingsremmende processen de verklevingen in de fascia actief tegengaat.
Deze zitten vooral in lijnzaad, walnoten en chiazaad. Via dierlijke producten, zoals vlees, vis en eieren, nemen we daarentegen omega-6-vetzuren op, die ontstekingsprocessen bevorderen, dus pro-inflammatoir werken. Maar ook in plantaardige voedingsmiddelen, zoals zonnebloempitten en sesam, zitten omega-6-vetzuren.
Het is belangrijk om een evenwichtige verhouding tussen ontstekingsremmende en ontstekingsbevorderende vetzuren aan te houden. De optimale verhouding ligt bij ongeveer 3:1 tot 5:1 (omega-6 : omega-3). Het gemiddelde voedingspatroon in de industrielanden wordt echter eerder gekenmerkt door een verhouding waarbij de pro-inflammatoire vetzuren duidelijk overheersen.
Bij het herstel en de bestrijding van microbeschadigingen na sporttrainingen profiteert ons lichaam enerzijds van voldoende omega-3-vetzuren en anderzijds van een evenwichtige verhouding tussen omega-3- en omega-6-vetzuren. Bij een verhoogde behoefte, bijvoorbeeld als je een zeer actieve sporter bent, zwanger bent of borstvoeding geeft, kun je aanvullend microalgenolie gebruiken om in je behoefte te voorzien.
Dus nu olijfolie in plaats van pijnstillers? Olijfolie, die tot de onverzadigde vetzuren behoort, heeft het vermogen om ontstekingen te remmen en de pijnbeleving te verminderen, niet alleen in het bindweefsel. 50 ml oraal ingenomen olijfolie heeft hetzelfde pijnstillende effect als 200 mg ibuprofen, wat doorgaans overeenkomt met een halve tablet.

Micronutriënten
Micronutriënten – een ander belangrijk onderdeel van de voeding van de fascia
Voor het in stand houden van onze lichaams- en stofwisselingsfuncties zijn micronutriënten, waaronder vitamines en mineralen, onmisbare – dus essentiële – voedingsstoffen.
Let op: bij de inname van micronutriënten geldt niet ‘hoe meer, hoe beter’! Sommige micronutriënten kunnen bij overdosering toxisch werken en schade veroorzaken. Wie micronutriënten als aanvulling op zijn basisvoeding inneemt, dient dit met de nodige voorzichtigheid te doen, eventueel na overleg met voedingsdeskundigen, natuurgeneeskundigen of artsen.
Een regelmatige bloedcontrole is zeker zinvol. Een tekort aan voedingsstoffen in de voeding kan leiden tot structurele en functionele beperkingen in het myofasciale weefsel. De fascia verliest haar elasticiteit en functionele beperkingen worden bevorderd. Een voldoende toevoer is dus onontbeerlijk.
Vitaminen
Bij vitamines wordt onderscheid gemaakt tussen in vet oplosbare en in water oplosbare vitamines. Een ander verschil betreft het vermogen om te worden opgeslagen. De in vet oplosbare vitamines A, D, E en K kunnen in het lichaam worden opgeslagen. Hierbij bestaat het risico op een overmatige ophoping.
De in water oplosbare vitaminen B1, B2, B3, B5, B6, B7, B9 en C kunnen daarentegen niet worden opgeslagen. Ons lichaam is aangewezen op een zeer regelmatige toevoer. Een uitzondering onder de in water oplosbare vitaminen is vitamine B12. Deze kan in het lichaam worden opgeslagen.
Vitaminen spelen een rol bij structurele opbouw- en afbraakprocessen in het spier- en fasciweefsel, evenals bij belangrijke ontgiftingsreacties. In principe brengen verschillende voedingspatronen verschillende voedingsbehoeften met zich mee.
Voor alle voedingspatronen geldt dat vitamine D in Midden-Europa, vooral in de wintermaanden, een kritieke voedingsstof is. Ons lichaam kan met behulp van de zon vitamine D aanmaken. In de wintermaanden is de UV-B-straling daarvoor echter niet toereikend.
Een bloedtest kan uitwijzen of er daadwerkelijk sprake is van een tekort. Bij een tekort aan vitamine D is het raadzaam om de voorraden aan te vullen met supplementen. Mensen die zich volledig dierproductvrij voeden, zouden vitamine B12 in de vorm van supplementen moeten innemen. Voor sportieve mensen zijn de vitamines B1, B2, B3 en B6 bovendien belangrijk. Een gevarieerd en volwaardig dieet draagt in belangrijke mate bij aan een voldoende vitaminevoorziening.
Ook ascorbinezuur, beter bekend als vitamine C, speelt een belangrijke rol voor de gezondheid en werking van de fascia. Hier zijn de 5 belangrijkste redenen waarom vitamine C belangrijk is voor je fascia:
Collageenproductie: Vitamine C is, net als aminozuren, cruciaal voor de synthese van collageen, het belangrijkste bestanddeel van de fascia. Collageen geeft het bindweefsel stabiliteit en flexibiliteit.
Herstel en genezing: Vitamine C ondersteunt het herstel van de fascia. Bij blessures of beschadigingen van het bindweefsel is een voldoende toevoer van vitamine C belangrijk voor een snelle genezing.
Ontstekingsremmende werking: Vitamine C heeft ontstekingsremmende eigenschappen die kunnen bijdragen aan het verlichten van ontstekingen in het lichaam, waaronder ontstekingen in de fascia.
Hydratatie en elasticiteit: Vitamine C draagt bij aan het verhogen van de waterbinding in het weefsel, wat op zijn beurt de elasticiteit en flexibiliteit van de fascia bevordert.
Bescherming tegen schade: Vitamine C werkt als antioxidant en beschermt de cellen tegen schade door vrije radicalen, die kunnen ontstaan door omgevingsfactoren of de stofwisseling. Deze bescherming is ook van belang voor de fascia.
Hoofdelementen
Ze onderscheiden zich door de hoeveelheid waarin ze in ons lichaam voorkomen van de sporenelementen, die – zoals de naam al aangeeft – slechts in zeer kleine hoeveelheden aanwezig zijn. Tot de macro-elementen behoren onder andere natrium, chloor(ide), kalium, calcium, fosfor en magnesium. Ook zij vervullen in ons lichaam veelzijdige taken. Van het reguleren van de waterhuishouding in het lichaam tot het fungeren als structurele bouwsteen.
Calcium is bijvoorbeeld erg belangrijk voor tanden en botten, en ook voor de visco-elasticiteit van de fascia is calcium via zijn invloed op collageen en elastine van groot belang. Maar slechts één op de twee mensen krijgt voldoende calcium binnen. Daarom is het de moeite waard om deze voedingsstof een beetje in de gaten te houden.
Sommige macro-elementen zijn nodig als buffer om sterk zuurvormende voedingsmiddelen, zoals glutenhoudende granen, te neutraliseren. Ze zijn dus medeverantwoordelijk voor de zuur-base-balans in het lichaam. In een te zuur milieu lijdt de fascia en verhoogt als reactie daarop haar spanning, wat dus bewegingsbeperkend, remmend en eventueel pijnlijk voor ons lichaam werkt.
Door hun rol in de elektrolytenbalans zorgen mineralen in het algemeen voor de nodige soepelheid en „rust“ in het fasciweefsel. Je kunt verklevingen in de fascia dus tegengaan met de juiste voeding.
Donkergroene bladgroenten, peulvruchten, noten en mineraalrijk mineraalwater kunnen bijvoorbeeld goed bijdragen aan de algemene toevoer van micronutriënten. Voor zeer actieve mensen die zich uitsluitend plantaardig voeden, is magnesium een ander belangrijk mineraal dat bijvoorbeeld rijkelijk aanwezig is in volkorenproducten, noten en zaden.
Sporenelementen
Ze maken slechts een zeer klein deel uit van de totale lichaamsmassa, maar zijn niettemin van levensbelang. Ondanks hun geringe aandeel, gemeten aan onze lichaamsmassa, zijn ze zeer belangrijke factoren in het aanmaakproces van de hoofdbestanddelen van de fascia: collageen en elastine.
Sommige hebben een uitgesproken vermogen om water te binden, wat zorgt voor een hoge glijbaarheid en elasticiteit in het fasciaweefsel. Net als de hoofdmineralen dragen ze bij aan ontgiftingsprocessen in het bindweefsel. Bij sommige mineralen is het gehalte in de bodem bepalend voor het latere gehalte in de voedingsmiddelen die daar worden verbouwd.
Midden-Europa behoort tot de gebieden met jodiumtekort; daarom wordt het gebruik van gejodeerd keukenzout aanbevolen. Al 5 gram gejodeerd zout levert ongeveer 100 µg jodium en dekt daarmee ongeveer de helft van de dagelijkse behoefte.
Ook ijzer is een micronutriënt waar veel mensen onvoldoende van binnenkrijgen, ongeacht hun voedingspatroon. IJzer voorziet onze spieren van voldoende zuurstof en zorgt ervoor dat ze goed kunnen presteren. Een regelmatige bloedcontrole wordt daarom aanbevolen. Het innemen van ijzer zonder dat er een tekort is vastgesteld, kan onder bepaalde omstandigheden leiden tot een gevaarlijke overdosering.
Voor veganisten is ook het sporenelement selenium van belang. Slechts twee paranoten per dag voldoen al aan de behoefte. Veganisten die zeer actief zijn op sportief gebied, moeten bovendien zorgen voor een voldoende zinkinname.
Wetenswaardigheden over mineralen in het algemeen:
Door volkorenproducten, peulvruchten, zaden en noten ongeveer zes uur te laten weken, te laten ontkiemen (meestal twee tot drie dagen) en te laten fermenteren, kan het lichaam ijzer, calcium, magnesium en zink beter opnemen – de biologische beschikbaarheid van deze stoffen neemt toe. Het toevoegen van zuren (bijv. citroensap) aan de maaltijd heeft hetzelfde effect.
En nog een waardevolle tip:
Als je bij het ontbijt afziet van koffie en zwarte thee, verhoog je tegelijkertijd de opname van ijzer, calcium en zink. De tannines die daarin zitten, remmen deze namelijk af. Je kunt je koffie of zwarte thee gerust drinken met voldoende tijd tussen de maaltijd en het drinken ervan. Beschouw koffie alstublieft als een genotsmiddel en consumeer het met mate en bewust. Koffie verhoogt overigens de bloeddruk en zou daarom vooral door mensen met hoge bloeddruk liever minder geconsumeerd moeten worden.

Bioactieve stoffen
De ontstekingsremmende eigenschappen van bioactieve stoffen zijn slechts één voorbeeld van de vele positieve eigenschappen. Toch zijn ze niet absoluut noodzakelijk in onze voeding. Maar als je het potentieel van deze stoffen nader bekijkt, begrijp je hoe belangrijk de opname ervan is voor een gezond lichaam.
Secundaire plantstoffen
(bijv. ß-caroteen, waaruit ons lichaam vitamine A kan aanmaken) hebben nog veel meer positieve effecten. Te noemen zijn onder andere: antioxidant (celbescherming), antikankerverwekkend (voorkomt het ontstaan van kanker), bloeddrukregulerend, immuunstimulerend, cholesterolverlagend, bloedsuikerregulerend, antitrombotisch en antimicrobieel.
Vezels
Ze hebben een positief effect op het cholesterolgehalte. Bovendien zorgen ze voor een langzame stijging van de bloedsuikerspiegel, geven ze snel een verzadigd gevoel en houden ze ons bovendien lang verzadigd. Het ontlastingsvolume neemt toe, de doorlooptijd van onze voedselbrij door de darmen wordt verkort en zo wordt onze spijsvertering gestimuleerd. Hierdoor daalt bijvoorbeeld het risico op kwaadaardige afwijkingen in het onderste deel van het spijsverteringskanaal. Vezels voeden het darmslijmvlies, wat ons immuunsysteem ten goede komt. Hoe gezonder de darmen, hoe beter ons lichaamseigen afweersysteem functioneert. Al 200 g volkoren granen en 125 g peulvruchten dekken de aanbevolen dagelijkse hoeveelheid vezels.
Gefermenteerde voedingsmiddelen
zoals tempeh of miso bevorderen de opname van ijzer uit de voeding.

Samenvattende aanbevelingen voor een voeding die je bindweefsel versterkt
- Meer plantaardige, onbewerkte voedingsmiddelen en daarmee een vermindering van dierlijke producten, het vermijden van glutenhoudende graanproducten, vermijding van enkelvoudige suikers, sterke vermindering van verzadigde en transvetzuren (bijv. in de vorm van boter en sterk bewerkte voedingsmiddelen), verhoogde inname van de essentiële, meervoudig onverzadigde omega-3-vetzuren, een optimale verhouding daarvan ten opzichte van de omega-6-vetzuren, gebruik van ontstekingsremmende kruiden zoals cayennepeper, rozemarijn en kaneel, en het drinken van groene thee (niet bij de maaltijden) kan een zeer positief effect hebben op de kwaliteit van het lichaamsweefsel en op de conditie van het fasciweefsel.
- Een blijvende caloriebeperking van 10-30% kan eveneens een duidelijk positief effect hebben op ontstekingen in het bindweefsel, verklevingen in de fascia tegengaan en zelfs levensverlengend werken (aangetoond door studies!).
- Regelmatige maaltijden met voldoende tussenruimte – minimaal 4 uur – tussen de hoofdmaaltijden, zonder voortdurend tussendoortjes, dragen bij aan een constante bloedsuikerspiegel zonder insulinepieken, wat op zijn beurt een positief effect heeft op het ontstekingsproces en daarmee op de schadelijke processen in onze fascia.
- De verhoogde inname van basisch verteerbare voedingsmiddelen kan de fascia een omgeving bieden waarin ze zich bijzonder goed voelen. De visco-elasticiteit van de fascia, die enerzijds de rekbaarheid van het bindweefsel en anderzijds de weerstand tegen trek- en drukbelastingen inhoudt, kan zich het best ontplooien in een licht zure, eerder basische omgeving; een verzuring van het fasciweefsel kan dan ook via de voeding worden tegengegaan. Aangenomen mag worden dat de fascia in een te zuur milieu haar vermogen om water te binden verliest en daardoor broos en kwetsbaar voor blessures wordt.
- Eet langzaam en bewust. Kauw goed. Al tijdens het kauwen begint de spijsvertering en komen voedingsstoffen vrij.
- Geef bij het bereiden de voorkeur aan stoven en stomen boven braden, bakken of koken. Bij het koken kunnen voedingsstoffen mogelijk in het kookwater terechtkomen.
- Bewaar groenten en fruit bij voorkeur in het donker. Sommige voedingsstoffen zijn lichtgevoelig en gaan anders verloren. Naarmate de bewaartijd toeneemt, daalt ook het gehalte aan voedingsstoffen

Houd je fascia soepel
Fasciatraining








