
“Eén slechte nacht sloopt je niet” — Anna West over de belangrijkste nacht van een carrière
Dit ontdek je in deze story
- Waarom veel profs slechter slapen voor de belangrijkste wedstrijd van het seizoen.
- Waarom een slechte nacht je volgende dag niet hoeft te verpesten.
- Welke ochtendroutine Anna West aanraadt na korte nachten.
- Wat er schuilgaat achter haar concept van "energiegevers" en "energievreters".
Waarom profs slecht slapen voor een WK-wedstrijd — en waarom dat juist prima is. De radicale ommekeer van Anna: van slaapprestatie naar ochtendroutine. Is vier uur slaap genoeg? Op zich niet — maar je ochtend bepaalt de rest.
Het is 6:30 uur, de ochtend voor de eerste WK-wedstrijd. Een jonge speler komt aan het ontbijt, wallen onder zijn ogen, half wanhopig. Vier uur slaap, misschien. Hij vertelt Anna alles tegelijk: het bed te hard, zijn hoofd te vol, het draaien, het wakker liggen, het hopen.
Anna West luistert. Dan lacht ze en zegt één zin die de hele dag verandert.
“Perfect. Precies wat te verwachten was.”


Slecht geslapen voor de wedstrijd? Dat is bijna normaal
Anna werkt al jaren met topsporters. Ze weet het: voor belangrijke wedstrijden slapen de meesten slecht. Het cortisol stijgt, de adrenaline is hoog, je hoofd draait op 1.500 toeren. Dat is geen noodgeval — dat is biologie. En precies daar zet de methode van Anna in.
“Eén slechte nacht sloopt je niet. Voor een groot evenement is ze bijna te verwachten — omdat je lichaam hormonen aanmaakt die tegen slaap in werken. Wie dat begrijpt, is al halverwege gewonnen.”
Wat Anna met haar spelers doet, is de hele logica omkeren. Niet langer: “Hoe halen we maximale slaap uit de nacht ervoor?” Maar: “Hoe bouwen we de ochtendroutine zo op dat ook een nacht van 4 uur werkt?”

De verkeerde reactie
De meeste atleten maken na een slechte nacht dezelfde fout. Ze blijven in bed liggen. Ze stellen het ontbijt uit. Ze gaan niet naar buiten. Ze praten met iedereen over hun vermoeidheid.
“Dat is de verkeerde reactie. Die versterkt alles”, weet Anna.
Wat er gebeurt: geen daglicht betekent geen circadiane hersynchronisatie. Geen ontbijt betekent geen stofwisselingsprikkel. Geen water betekent meer vermoeidheid. En elk “pff, wat heb ik slecht geslapen” aan de ontbijttafel zet het brein aan om dat ook echt te voelen.
De goede reactie: de ochtendroutine van Anna
De ochtendroutine van Anna voor de dag erna heeft een duidelijke volgorde.
- Licht. Gordijnen open en het liefst een paar minuten naar buiten.
- Water. Meteen, voor er iets anders gebeurt. Het liefst met elektrolyten.
- Cafeïne. Bewust — maar nooit op een lege maag.
“Nooit cafeïne op een lege maag. Je krijgt energie. En daarna de terugslag. Dat wil je niet op een wedstrijddag.”
Tussen het water en de cafeïne zit een licht ontbijt. Koolhydraten voor energie, eiwit voor verzadiging, een snufje zout voor de hydratatie. Geen wondermiddel. Maar drie hefbomen die samen het verschil maken.
Energiegevers en energievreters
Het favoriete concept van Anna, dat ze voor het WK 2026 helemaal gaat uitspelen. Het is tegelijk praktisch en romantisch.
“Vraag jezelf af wie je op de ochtend van de wedstrijddag mag bellen. Wie geeft jou energie? Wie neemt die weg? Bel de eerste. Laat de tweede vanmiddag bellen.”
Familie. Beste vriend. Trainer. Bij elke speler een ander beeld. Maar het principe is universeel: een paar minuten contact met iemand die je optilt, zijn biochemisch meer waard dan een extra kop koffie.
En dat geldt niet alleen voor profs. Ook als je zondag een presentatie geeft, een examen maakt of aan een triatlon begint — de vraag “Wie geeft mij energie?” werkt.
De verbale strategie
Een observatie van Anna die contra-intuïtief klinkt, maar zich bij teams keer op keer bewijst: niet over vermoeidheid praten.
“Hoe vaker we het pijnpunt benoemen, hoe sterker we het voelen. Er bestaat een verbale strategie — ook binnen de staf. Op de wedstrijddag praten we niet over vermoeidheid. We praten over paraatheid.”
Klinkt simpel. Maakt in de praktijk een meetbaar verschil. Wie aan de ontbijttafel zegt “vandaag voel ik me top”, voelt het eerder. Wie zegt “pff, wat een waardeloze nacht”, laadt dat gevoel op zijn dag.
Zeven stopcontacten: de 7 soorten rust
Anna heeft een model waarmee ze haar spelers al een paar jaar laat werken. Zeven soorten herstel.
“We zijn geen iPhones. We kunnen niet steeds hetzelfde stopcontact gebruiken en verwachten dat de batterij vol raakt. Soms hebben we verschillende stekkers nodig.”
Slaap is er maar één van de zeven. De andere: lichamelijke rust (rekken, wandelen), mentale rust (micropauzes, stilte), emotionele rust (een gesprek met vertrouwelingen), sensorische rust (schermen uit), creatieve rust (natuur, muziek, iets met je handen doen), sociale rust (tijd met energiegevers), spirituele rust (zingeving, houvast, reflectie).
Als je op de ochtend van de wedstrijddag merkt dat het stopcontact “slaap” leeg is, kun je andere aansluiten.
Slim doen, of er slim mee omgaan
Anna sluit elke coachingsessie af met dezelfde zin. Het is meer een houding dan een regel.
“We willen dat ze het slimme doen. Maar als ze het slimme vergeten, moeten ze er slim mee omgaan.”
Dat geldt voor de speler na vier uur slaap. Dat geldt voor de fan die ’s ochtends om 5:00 uur naar kantoor moet, omdat de WK-wedstrijd pas om 02:30 uur afgelopen was. Dat geldt voor iedereen die voor de belangrijkste dag van zijn week staat en denkt: “Had ik maar beter geslapen.”
Dat had gekund. Maar het is niet zo. En de eerste 30 minuten na het opstaan bepalen hoe de dag wordt — niet het uur dat je niet hebt geslapen.
De complete methode van Anna — inclusief de 7 soorten rust, inslaaptijd en meer — in het grote interview: slaap en prestatie in de topsport.

